Hoe Voer Je een ATEX Risicoanalyse Uit?
Explosiegevaarlijke omgevingen vereisen een grondige risicobeoordeling om de veiligheid van werknemers te waarborgen en schade aan installaties te voorkomen. Volgens de ATEX Werkplekrichtlijn 1999/92 is de werkgever verantwoordelijk voor het uitvoeren van een explosierisicobeoordeling. Dit kan met of zonder hulp van experts, maar moet altijd systematisch en volledig gebeuren, waarbij medewerkers uit alle betrokken vakgebieden en afdelingen worden betrokken.
Een belangrijk kenmerk specifiek voor een risicobeoordeling over explosieveiligheid: de kans op een explosie is bijzonder klein, maar de gevolgen zijn extreem groot. Dit betekent dat elk potentieel risico, hoe klein ook, grondig geanalyseerd moet worden, omdat zelfs een minimale afwijking tot een catastrofaal incident kan leiden.
Een doeltreffende ATEX-risicobeoordeling houdt rekening met verschillende belangrijke aspecten, waaronder:
- De waarschijnlijkheid en duur van het voorkomen van explosieve atmosferen.
- De waarschijnlijkheid van het aanwezig zijn en effectief worden van ontstekingsbronnen.
- De installaties, gebruikte stoffen en processen, inclusief hun mogelijke interacties.
- De omvang van de te verwachten explosie-effecten.
- De mogelijke verspreiding van explosieve atmosferen via verbonden ruimtes of apparatuur.

Explosieve Atmosferen: Waarschijnlijkheid en Duur
De waarschijnlijkheid en duur van de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer bepalen de zoneclassificatie van een gebied. Dit vormt de eerste stap in een systematische explosierisicobeoordeling.
Stap 1: Inventarisatie van brandbare stoffen
Alle brandbare stoffen die op de locatie worden gebruikt of geproduceerd, moeten in kaart worden gebracht. Safety Data Sheets (SDS/MSDS) bevatten cruciale informatie over de chemische eigenschappen van deze stoffen, zoals explosiegrenzen en fysische gedrag onder verschillende omstandigheden.
Stap 2: Evaluatie van verdamping en verspreiding
Het beoordelen van de verdamping en verspreiding van brandbare stoffen is de volgende stap. Dit omvat gassen, dampen, nevels en stofdeeltjes. Hierbij moet rekening worden gehouden met:
- Procescondities zoals temperatuur, druk en turbulentie.
- De explosieparameters van de stoffen (zoals minimale ontstekingsenergie, explosiegrenzen en ontbrandingstemperatuur).
- Mogelijke vrijgavepunten, zoals lekkages, ontluchtingen en overloopzones.
Stap 3: Zone-indeling
Op basis van de verzamelde gegevens wordt bepaald of een gebied als explosiegevaarlijk moet worden geclassificeerd. Indien slechts zeer kleine hoeveelheden brandbare stoffen aanwezig zijn en verspreiding verwaarloosbaar is, wordt de atmosfeer als niet-gevaarlijk beschouwd en zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

Indien een gevaarlijke atmosfeer aanwezig kan zijn, wordt gekeken naar technische mogelijkheden om het ontstaan van een explosieve atmosfeer te voorkomen.
Wanneer preventieve maatregelen niet voldoende zijn, wordt het gebied geclassificeerd op basis van de duur en omvang van de explosieve atmosfeer:
- Zone 0 / Zone 20: Explosieve atmosfeer is voortdurend of langdurig aanwezig.
- Zone 1 / Zone 21: Explosieve atmosfeer komt regelmatig voor tijdens normaal bedrijf.
- Zone 2 / Zone 22: Explosieve atmosfeer is incidenteel en slechts kortdurend aanwezig.

Ontstekingsbronnen: Aanwezigheid en Effectiviteit
Een explosieve atmosfeer op zich leidt niet tot een explosie; hiervoor is een ontstekingsbron nodig. De beoordeling van mogelijke ontstekingsbronnen richt zich op de aanwezigheid en effectiviteit van deze bronnen. Enkele veelvoorkomende ontstekingsbronnen zijn:
- Mechanische vonken – Ontstaan door slijpen, boren, slijtage van metalen oppervlakken of impact tussen materialen.
- Hete oppervlakken – Motoren, lagers en andere apparatuur kunnen hitte genereren en zo boven de ontbrandingstemperatuur van een stof uitkomen.
- Elektrische onstekingsbronnen – Kortsluitingen, defecte bedrading en vonken uit schakelaars kunnen explosieve atmosferen ontsteken.
- Elektrostatische ontladingen – Hoewel elektrostatische ladingen vaak worden onderschat, kunnen ze in bepaalde omstandigheden een ontvlambare stof ontsteken. Goede aarding en ladingdissipatie zijn daarom essentieel.

Bij de beoordeling van ontstekingsbronnen moet niet alleen gekeken worden naar normaal gebruik, maar ook naar mogelijke storingen, onderhoudssituaties en afwijkingen in bedrijfsprocessen.
Installaties, Gebruikte Stoffen en Processen
Naast de aanwezigheid van explosieve atmosferen en ontstekingsbronnen, spelen de gebruikte stoffen en installaties een grote rol in de risicoanalyse. Er zijn drie hoofdfactoren die hier moeten worden beoordeeld:
- De chemische eigenschappen van brandbare stoffen
- Minimale ontstekingsenergie (MIE)
- Explosiegrenzen (LEL en UEL)
- Vlampunt en ontbrandingstemperatuur
- Procesomstandigheden die het explosierisico kunnen beïnvloeden
- Hoge temperaturen en drukniveaus
- Turbulente luchtstromen die stof kunnen opwervelen
- Snelle bewegingen van poeders of vloeistoffen die elektrostatische lading kunnen opbouwen
- Interactie tussen verschillende stoffen en processtappen
- Combinaties van chemicaliën die reactieve dampen of warmte kunnen genereren
- Opslagmethoden en de mogelijke vrijgave van brandbare stoffen
- Effecten van onderhouds- en reinigingswerkzaamheden op de verspreiding van gevaarlijke stoffen
Door deze aspecten systematisch in kaart te brengen, kan worden vastgesteld welke risico’s zich voordoen en welke beheersmaatregelen nodig zijn.
De Omvang van Explosie-effecten
Als een explosie plaatsvindt, kunnen de gevolgen ernstig zijn. De omvang en impact van een explosie hangen af van:
- De hoeveelheid en concentratie van brandbare stoffen – Hoe groter de hoeveelheid en hoe dichter de concentratie, hoe heftiger de explosie.
- De fysieke omgeving – Een explosie in een afgesloten ruimte leidt tot een hogere drukopbouw en destructie dan in een open, goed geventileerde ruimte.
- Secundaire explosies – Stofophopingen of dampconcentraties kunnen door een eerste explosie ontstoken worden, wat leidt tot een kettingreactie met nog grotere schade.
- Impact op werknemers en apparatuur – Naast directe schade kunnen explosies ook giftige gassen of hittegolven verspreiden, wat extra risico’s met zich meebrengt.

Om de ernst van een explosie te minimaliseren, moeten preventieve, technische en organisatorische  maatregelen worden getroffen, zoals explosiedrukontlasting, vluchtroutes en beschermende barrières.
Verspreiding via Verbonden Ruimtes
Explosieve atmosferen kunnen zich niet alleen in een specifieke ruimte vormen, maar ook verspreiden naar aangrenzende gebieden. Dit brengt extra risico’s met zich mee, vooral als deze ruimtes niet zijn ontworpen om explosies te weerstaan. Factoren die bijdragen aan verspreiding zijn:
- Ventilatiesystemen – Kunnen brandbare dampen en nevels naar andere ruimtes transporteren.
- Open verbindingen – Deuren, luiken en open doorgangen kunnen een explosieve atmosfeer laten uitbreiden naar andere delen van een fabriek of werkplaats.
- Leidingdoorvoeren en kieren – Kleine openingen in muren, vloeren of leidingen kunnen de verspreiding van brandbare dampen en gassen vergemakkelijken.
Bij de risicobeoordeling moet worden nagegaan welke delen van een faciliteit met elkaar in verbinding staan en hoe het risico van verspreiding kan worden beperkt.
Conclusie
Een ATEX-risicoanalyse is essentieel voor een veilige werkomgeving in explosiegevaarlijke omgevingen. Door systematisch te kijken naar explosieve atmosferen, ontstekingsbronnen, installaties, explosiegevolgen en mogelijke verspreiding, kunnen risico’s beter worden beheerst.
Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om deze risico’s niet alleen te identificeren, maar ook passende maatregelen te implementeren. Dit kan variëren van technische oplossingen, zoals explosieveilige apparatuur en ventilatiesystemen, tot organisatorische maatregelen zoals training, duidelijke werkprocedures en regelmatige inspecties.
Door een grondige en nauwkeurige aanpak wordt de kans op explosies verkleind en wordt een veilige werkomgeving gewaarborgd.
